Header image  
Blauwendraad 3, 3911 SB Rhenen
 
 
   
 
Regels

springbalk

Regels voor het buitenrijden

In de natuur rijden is geweldig, maar hou jij je eigenlijk wel aan de regels? Wij zetten ze voor je op een rij, zodat jij precies weet waar je op moet letten.

  • De instructeur besluit of de ruiters over voldoende rijkunst beschikken om deel te nemen aan een buitenrit. Ze moeten worden begeleid door een ervaren ruiter die gekwalificeerd is om leiding te geven.
  • De leider van de groep moet de ruiters van de groep voor vertrek instrueren over de commando's die onder meer worden gegeven en ook over algemene gedragsregels bij de val van een ruiter, op hol slaan en dergelijke.
  • De leider van de groep beschikt over een mobiele telefoon met het alarmnummer, de nummers van het ruitersportcentrum en de dierenarts. Schakel het geluid van de mobiele telefoon tijdens de rit uit, in verband met mogelijke schrikreacties van het paard.
  • De leider van de groep heeft een reserve beugelriem en een scherp mes met afgeschermd lemmet bij zich.
  • Een groep die een buitenrit gaan maken mag structureel niet groter zijn dan 12 ruiters.
  • Een begeleidende fietser mag niet vlak bij of vlak achter het paard rijden.
  • Ruiters die op een manegepaard individueel naar buiten gaan, moeten in het bezit zijn van een geldig ruiterbewijs. Ruiters die op hun eigen paard naar buiten gaan, moeten worden gestimuleerd een ruiterbewijs te halen.
  • De huisregels en rijbaanregels gelden ook voor buiten rijden, voor zover van toepassing.
  • Bij het rijden in het donker of schemer dient de ruiter de wettelijk verplichte verlichting te voeren, volgens art. 36 reglement “verkeersregels en verkeerstekens” (RVV),1990. De ruiter moet rood licht naar achteren voeren en wit of geel licht naar voren.
  • Het dragen van reflecterend materiaal aan paard en/of ruiter wordt sterk aanbevolen.
  • Bij buitenritten met minder ervaren ruiters/kinderen is de aanwezigheid van een ervaren ruiter gewenst, ter ondersteuning van de instructeur.

springbalk